De wetswijziging voegt aan Boek 7 BW een artikel toe dat een rechtsvermoeden invoert dat iemand in dienst is wanneer die persoon tegen een uurloon van maximaal €36 arbeid verricht voor een ander. Het bedrag wordt periodiek aangepast door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid volgens de Wet minimumloon en afgerond op hele euro’s. De regeling geldt niet wanneer de opdrachtgever een natuurlijke persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf; binnen vijf jaar moet de minister rapporteren over de effecten van de wet.
Dit gewijzigde wetsvoorstel brengt een toevoeging in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek door na artikel 610a een nieuw artikel 610aa op te nemen. Artikel 610aa, eerste lid, stelt een rechtsvermoeden vast: wie voor een ander en tegen een beloning van ten hoogste €36 per uur arbeid verricht, wordt verm...
Krijg direct toegang tot alle AI-samenvattingen en features. Nu 50% korting op de eerste maand. Blijf op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen met AI alerts en chat onbeperkt.
Deze samenvattingen zijn automatisch gegenereerd door AI. Controleer altijd de originele tekst voor de meest accurate informatie. Fouten gevonden? Neem contact op.
Even geduld alstublieft
36783, nr. A - Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het invoeren van een rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief
oep-0bd50bbbeb86b5b980f237885bb861d57ad32956_1
open_overheid
Als BeleidsRadar gebruiker krijg je toegang tot vergelijkbare documenten die relevant zijn voor dit beleidsstuk. Nu 50% korting op de eerste maand.