Op 14 april 2026 is in de Eerste Kamer een motie van het lid Karimi c.s. ingediend die oproept de Nederlandse maatregelen die gezinshereniging voor subsidiair beschermden beperken niet in te laten gaan vóór drie maanden na een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie. De motie verwijst naar prejudiciële vragen van het Grondwettelijk Hof van België over de verenigbaarheid van dergelijke nationale maatregelen met het Unierecht, onder meer rond onderscheid tussen vluchtelingen en subsidiair beschermden, wachttijden en het recht op gezinsleven. Ook wordt gewezen op het loyaliteitsbeginsel (artikel 4 lid 3 VEU) en het risico op rechtsongelijkheid en onomkeerbare gevolgen voor gezinnen als de maatregelen eerder in werking treden.
De motie van het lid Karimi c.s., voorgesteld op 14 april 2026, verzoekt de regering de Nederlandse beperkingen op gezinshereniging voor subsidiair beschermden niet eerder in werking te laten treden dan drie maanden na het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie dat volgt op door het Gr...
Krijg direct toegang tot alle AI-samenvattingen en features. Nu 50% korting op de eerste maand. Blijf op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen met AI alerts en chat onbeperkt.
Deze samenvattingen zijn automatisch gegenereerd door AI. Controleer altijd de originele tekst voor de meest accurate informatie. Fouten gevonden? Neem contact op .
Even geduld alstublieft
Kamerstuk: Motie Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de introductie van een tweestatusstelsel en het aanscherpen van de vereisten bij nareis (Wet invoering tweestatusstelsel); Motie van het lid Karimi c.s. over prejudiciële vrage...
kst-1243864
officielebekendmakingen
Als BeleidsRadar gebruiker krijg je toegang tot vergelijkbare documenten die relevant zijn voor dit beleidsstuk. Nu 50% korting op de eerste maand.